Doelgroep:

De doelgroep van het jongerenwerk Zijn

De opdrachtgever, Gemeente Goeree Overflakkee, heeft prestatie afspraken  gemaakt waarbij steeds meer de nadruk ligt op de risico jongeren. Het jongerenwerk onderscheid de jongerengroepen in twee verschillende soorten jongeren. Jongeren uit de straatcultuur en jongeren uit de burger cultuur.  De straatjongeren is hierin groter vertegenwoordigd omdat zij de inloop en de ambulante ondersteuning  het hardste nodig lijken te hebben

De meest complete definitie  van risico jongeren:

Zowel uit de literatuur als uit de gesprekken met hulpverleners blijkt dat er geen eenduidige definitie van risicojongeren bestaat. Wel zijn er overeenkomsten tussen bevindingen uit de literatuur en de genoemde omschrijvingen door de hulpverleners en jongerenwerkers. Zo wordt zowel in de literatuur als door deze groep mensen aangegeven dat het gaat om jongeren die problemen hebben of disfunctioneren op het gebied van school en werk, (veelvuldig) middelen gebruiken, overlast veroorzaken, op straat rondhangen en/of in aanraking komen met de politie.

Definitie volgens Intraval (2002):

Risicojongeren zijn jongeren die problemen hebben op tenminste twee van de vier onderdelen betreffende de leefgebieden school/werk, gezin en vrije tijd enerzijds en gedragsstoornissen , al dan niet gerelateerd aan een psychiatrische diagnose, anderzijds en daarmee samenhangend risicogedrag vertonen, maar waarvan verondersteld wordt dat zij door middel van interventie het risicogedrag kunnen beheersen en weer een positief toekomstperspectief hebben. Deze jongeren hebben zich nog niet schuldig gemaakt aan strafbare feiten of zijn hier nog niet voor veroordeeld, maar vanwege boven genoemde maatschappelijke oorzaken wel een verhoogd risico lopen om zich schuldig te maken en te worden veroordeeld voor strafbaar gedrag.

TNO (2007) hanteert een overeenkomstige definitie van risicojongeren: “Jongeren bij wie zich problemen voordoen waardoor de lichamelijke, psychische, sociale of cognitieve ontwikkeling wordt bedreigd, waardoor zij een gevaar voor zichzelf of hun omgeving zijn, of gevaar lopen (vroegtijdig) buiten de maatschappij te vallen”.

Cultuur verschillen van jongeren:

De aanpak van het jongerenwerk is sterk afhankelijk van met welke ‘soort’ risico jongeren zij  te maken hebben. Er word een onderscheid gemaakt in burger cultuur pubers met risico gedrag of straat cultuur pubers met risico gedrag. Beide vertonen ze veel overeenkomsten maar komen uit een totaal verschillend milieu waardoor hun ‘bestaansrecht ‘met de daarbij horende normen en waarden sterk van elkaar verschillen. Ze komen uit verschillende culturen. We kunnen onderscheid maken tussen ‘straatcultuur ‘ en ‘burgercultuur’. 

Straatcultuur is het gezamenlijk gedragen gevoel onder groepen jongeren, waarbij ze zichzelf als andere beschouwen dan de hoofdstroom  van de maatschappij ( de burgercultuur). Ze zetten zich af tegen elke vorm van gezag buiten de eigen groep. Daarbij weigeren ze zich te conformeren aan de algemene lijn van de samenleving en creëren  ze op die manier hun eigen wereld met bijbehorende cultuur. Deze cultuur komt tot uitdrukking in normen, waarden , taalgebruik en kunstuitingen. Kenmerkend is de drang naar respect en het wantrouwen tegenover de burgercultuur in het algemeen en gezag dragende  instanties in het bijzonder. 

Vanuit welke invalshoeken werkt het jongerenwerk: Theorieën
In de nieuwe visie spreken we over werken vanuit de presentie theorie en kiezen we voor een holistische benadering. Het jongerenwerk heeft hiermee handvaten en een duidelijk kader gekregen. Vanuit welke theorieën kiezen wij onze methodieken. En hoe ziet de inzet van jongerenwerk er dan uit. Hoe ziet het jongerenwerk zichzelf? En vanuit welke invalshoek kijken zij naar jeugd?

Het jongerenwerk werkt vanuit de presentie theorie:
Jongerenwerkers sluiten als geen ander aan bij de leefwereld van jongeren. Ze werken in het domein van de jongeren en passen zich aan, aan het leef ritme van de jongeren. Het jongerenwerk maakt aansluiting met de jongeren puur met als doel aansluiting te hebben en te houden. Zij zien wat er voor de jongeren op het spel staat. Vanuit presentie kunnen we de angel uit het wantrouwen van bepaalde jongeren en hun systeem halen.  We proberen daarmee het wantrouwen om te zetten in durven te vertrouwen.

We zijn al aanwezig in een of meerdere leefgebieden van de jongere nog voor mogelijke problemen zich voor doen. We bouwen een vertrouwensrelatie op en onderhouden deze. Doordat de band al is opgebouwd kunnen mogelijke problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en aangekaart worden. 

Het jongerenwerk vanuit een holistische benadering:
Het jongerenwerk kijkt naar alle aspecten zoals het fysiek, psychische, spirituele en socialistisch  welzijn van een jongere. De onderlinge beïnvloeding van deze aspecten is zo belangrijk dat wanneer er op 1 gebied problemen ontstaan ook op de andere gebieden problemen verwacht kunnen worden. Dit beïnvloedt het welzijn van een jongere sterk. Omdat het jongerenwerk werkt vanuit een holistische benadering en vanuit zijn presentie aanwezig is in de leefwereld kan er te gelijk op alle aspecten worden ingezet. Een holistische mensvisie staat een te sterke scheiding van hulpvragen op diverse levensgebieden niet toe. Het jongerenwerk kijkt naar het totaal plaatje:  je hebt uitval van school, gebruikt overmatig drugs, en hebt veel ruzie thuis. We kijken naar alle mogelijke oorzaken en oplossingen tegelijk omdat het jongerenwerk ervan uit gaat dat alle problemen met elkaar in verbinding staan. We gaan mee naar het schoolmaatschappelijk werk, de leerplicht ambtenaar, de voorlichter van bouwan GGZ m.b.t. het drugsgebruik en daarbij gaan we ook mee als dat nodig is naar het eerste gesprek met de gezinstherapeut of de maatschappelijk werker.  

Het jongerenwerk vanuit de Binding Theorie:
Het uitgangspunt van deze theorie is dat de mens van nature geneigd is tot asociaal gedrag.  Eigenlijk zou in iedereen een crimineel kunnen zijn. Omdat je altijd in een situatie terecht zou  kunnen komen waarbij je dit gedrag zou kunnen laten zien. Echter komt dit gedrag niet altijd naar voren omdat wij altijd bang zijn om bindingen te verliezen. Bindingen kunnen ‘crimineel gedrag’ voorkomen en hebben een remmende werking hierop.  We hebben binding op verschillende gebieden die op hen beurt weer verbinding hebben met elkaar. 

Een mens is van nature bang om alleen te zijn.  Zelfs zo erg dat we gedragingen gaan vertonen waar we zelf niet helemaal achter staan. We willen jongeren verbinden aan systemen zonder dat ze hun eigenheid verliezen.  Jongeren kunnen bang zijn om alleen te komen staan op het moment dat ze hun ‘slechte gedrag ‘ verruilen voor gewenst gedrag omdat ze dan hun verbindingen  moeten loslaten.  Als de geldende wereld excessief gedrag vertoont dan laat je dat niet zomaar los. Het jongerenwerk kan hier een belangrijke rol in spelen. Door het vertrouwen van de jongeren voor zich te winnen laat de jongeren mogelijk zijn opgebouwde muur zakken en laat hij zijn ware persoon zien. Door alternatief gedrag aan te bieden zonder het negatieve gedrag af te keuren kan de jongerenwerker gedragsveranderingen in gang zetten. Dit vergt veel tijd en geduld binnen de verschillende domeinen. Dit vraagt tijd, flexibiliteit en een lange adem. En rol van de jongerenwerker leent zich hier perfect voor. 

GOETHE  therorie

“Als ik kijk naar iemand hoe hij is, dan blijft hij zo. Als ik naar iemand kijk hoe hij zou kunnen worden, dan wordt hij zo.” De jongerenwerker zal altijd kijken naar de krachten van de jongeren. 

Hij maakt een inschatting van het vermogen van de jongere om te groeien naar een groter doel. De jongerenwerker zal altijd kiezen voor een positieve benadering

PYGMALION EFFECT  theorie

De onuitgesproken verwachtingen die ik naar iemand heb, bepalen ten dele het gedrag van die andere persoon. Als je kijkt naar iemand met de gedachten dat hij zal falen dan is dat vaak ook zo. Je geeft de ander onbewust het gevoel geven dat hij zou falen. De jongerenwerker zet te allen tijde in op positief motiveren.  

Methodieken inzet jongerenwerk

Theorieen omgezet in Methodieken die het jongerenwerk inzet

Presentie inzetten als Methodiek:
Presentie kun je inzetten als methodiek. Het doel van effectief jongerenwerk is om vanuit een presente benadering jongeren te ondersteunen in HUN zoektocht naar HUN plek in de maatschappij.  De jongerenwerker gaat niet eerst een diagnose stellen of een hulpvraag formuleren om daarna te beginnen met hulpverlenen.  Het jongerenwerk gaat eerst een relatie aan met de jongere. Dit gebeurd wanneer er nog niets aan de hand is. Het contact maken is een op zich zelf staan doel.  Het contact maken en onderhouden is een doel.  Je leert iemand kennen als persoon zoals iemand echt is.  Pas als je weet wie de ander is, wat zijn kwaliteiten zijn en zijn valkuilen weet je wat de jongerenwerker wat hij mogelijk kan betekenen voor de desbetreffende jongere.  Je hebt dus geen hulpvraag of probleem, indicatie of diagnose nodig om te kunnen starten. 
 Het present werken is een integrale manier van werken, waarbij je uit een stuk werkt. 

Presentwerken kent deze 5 pijlers: Hoe zetten we in:

  1. Aansluiten bij de leefwereld:  leefgebied is de werkplaats van de jongerenwerker. Dit kan het gezin zijn, school, werk of vrijetijdsdomein.
  2. Aansluiten bij het leefdomein:  De jongerenwerk komt in het domein van de jongeren. Bij de huidige hulpverlening  wordt de jongeren verwezen naar de plek van de hulpverlener. Als een jongere veel online te vinden is dan is de jongerenwerker digitaal present.  De jongerenwerker maakt de beweging naar de doelgroep toe.  De jongerenwerker leeft letterlijk mee in het domein van de jongere.
  3. Aansluiten bij het leef ritme: Soms zijn er urgente zaken in het leven van een jongere. De jongerenwerker speelt hier snel op in.  Soms zal hij overdag present zijn en een andere keer juist in de avond omdat dit de jongere beter schikt. Het lijkt een hoop tijd te kosten maar het tegendeel is  bewezen. Je kunt beter afspreken met een jongere wanneer het hem uitkomt dan afspreken wanneer hij niet aanwezig kan zijn vanwege school of andere zaken.
  4. Aansluiten om de aansluiting zelf: We sluiten niet aan om zo snel mogelijk alle problemen boven tafel te krijgen. Normaal dagelijkse zaken kunnen aanknopingspunten bevatten voor een hulpverlenend gesprek.  Je gaat niet bewust een gesprek aan om het over het seksueel misbruik van de jongere door zijn
  5. nen moeilijke onderwerpen aanbod komen.
  6. Gaat op zoek naar wat er voor de ander op het spel staat: De doelgroep pubers ervaart  over het algemeen een al geheel gevoel van afwijzing.  Negatieve sociaal gedrag van een jongere  kan een manier zijn om zich handhaven binnen de groep. De jongerenwerker weet dat de jongeren riskeert niemand meer over te houden van zijn vriendengroep als hij zijn gedrag aanpast aan volwassen maatstaven.

Binding inzetten als methodiek:

Een mens is van nature bang om alleen te zijn.  Zelfs zo erg dat we gedragingen gaan vertonen waar we zelf niet helemaal achter staan. We willen jongeren verbinden aan systemen zonder  dat ze hun eigenheid verliezen. 

Jongeren kunnen bang zijn om alleen te komen staan op het moment dat ze hun ‘slechte gedrag ‘ verruilen voor gewenst gedrag omdat ze dan hun verbindingen  moeten loslaten.  Als de geldende wereld excessief gedrag  vertonen betekend dan laat je dat niet zomaar los.  

Je kunt d.m.v. een bindingschema  zien wie/ wat op welke waarde heeft voor een jongeren. Alle bindingen zijn gebaseerd op persoonlijke relaties. De jongeren hebben een band met persoon binnen een setting.  De jongeren gaat naar de voetbalvereniging maar heeft een binding met zijn trainer van de voetbal.  Als de jongere hier een binding mee heeft dan probeer ik verbinding te krijgen op de andere  gebieden. 

positieve band met de ouders, het hebben van een positieve band met school, een positieve houding ten opzichte van de maatschappij, et cetera hebben een kleinere kans om in het criminele circuit te belanden.

Je kunt kijken welke verbindingen je gaat bekrachtigen en welke je gaat ontkrachten.  En dan maak je onderscheid in wat effectief is en in welk tijdsbestek dat dit haalbaar is. Je gaat kijken wie je binnen de netwerken van de jongere en bij jezelf  je in kunt zetten om verbindingen te bekrachtigen of ontkrachten. 

Vervangingsmethode ingezet als jongerenwerk methodiek:

De vervangingsmethode wordt veel toegepast bij pubers

Het is een werkwijze waarbij negatief gedrag niet word ontnomen, maar word vervangen door ander positief gedrag,  Het aangeboden alternatief moet de jongere in staat stellen op constructieve wijze vorm te geven aan het ontwikkelen van zijn zelfbeeld en eigenwaarde. Op die manier zou het oude onwenselijke gedag vaak vanzelf losgelaten worden.  De jongerenwerker moet zin zijn achterhoofd houden dat het gedrag van de jongere altijd een doel  heeft. Ook als dit een negatief doel is. Als de jongerenwerker weet waarom de jongeren dit gedrag vertoont en welk doel hij hiermee wil bereiken kan hij bekijken of dit ook op een andere manier kan. 

De jongere krijgt in de maatschappij te maken met allerlei verwachtingen in verschillende domeinen. Er worden eisen aan de jongere gesteld. De straatcultuur jongeren zullen op bepaalde gebieden niet de waardering en erkenning ervaren die de burgercultuur jongeren vaak wel krijgen. Vaak krijgen ze binnen hun peergroup wel de bevestiging om er te mogen zijn. Ze zullen dus te allen tijde bij deze groep willen blijven en als negatief gedrag vertonen daarbij hoort dan zal zullen ze dat gedrag niet snel laten varen. 

De vervangingsmethode wordt in fases uitgevoerd:

  1. Contact legen, vertrouwen winnen en duidelijkheid creëren dus present werken.  De jongerenwerker heeft oprecht interesse en zijn volle aandacht voor de jongere.  Er wordt niet direct ingezet op verandering van gedrag. Contact leggen om contact te maken is belangrijker.
  2.  Aanbieden van alternatief gedrag/ ontdekken van alternatief gedrag. Het nieuwe gedrag moet wel aantrekkelijk genoeg zijn om over te nemen.  Dit gedrag is niet  alleen gebaseerd op wat de jongerenwerker denkt dat goed is , maar de jongere moet zich er ook in kunnen vinden. 
  3.  Implementeren van nieuw gedrag.  Niet direct het oud gedrag omruilen voor het nieuwe. Ook als de jongere af en toe nog oud gedrag vertoond moet de jongerenwerker klaar staan voor de jongeren. Dit zal het vertrouwen sterken. 
  4. Uitdoven oud gedrag. De jongerenwerker moet geduld hebben.  Niet te snel willen gaan. 

Het jongerenwerk gebruikt nog meer kleine interventies om op een goede manier naar jongeren te kijken. Twee voorbeelden zijn  Goethe en het pygmalion effect.  

Nieuwe rol jongerenwerk

Hoofdtaak Signaleren, versterken van sociaal kapitaal  in buurt en wijk, doorverwijzen.

Het Jongerenwerk Goeree Overflakkee  wordt vooral preventief (aan de voorkant) ingezet maar grijpt steeds vaker curatief (aan de achterkant)  in en word dan ingezet. Dat trekt een te zware wissel op capaciteit en specifieke competenties. De hulpverlening is al begonnen binnen het gezin maar de jongerenwerkers zorgen ervoor dat de jongere ook goed in beeld blijft. Draagt er zorg voor dat zijn hulpvraag ook gezien word.

 Landelijk worden er veelal  bestuurlijk en ambtelijk  uiteenlopende doelen gesteld en gestapeld, terwijl een centrale focus die vervat is in maatschappelijke doelstellingen goeddeels ontbreekt.

Het jongerenwerk signaleert op een professionele manier , binnen uiteenlopende contexten  een grote diversiteit van soorten signalen.  Jongerenwerkers verwijzen door op bijvoorbeeld door op signaleren van agressief gedrag, of snel oplopende schulden.  Een belangrijke voorwaarden is vaak een warme overdracht. Nog onduidelijk is hoever de hulpverlening van het jongerenwerk reikt.  De kracht van het jongerenwerk is dat zij de mogelijkheid hebben om tussen alle betrokkenen een web te creëren en er als een spin door heen te lopen en verbindingen te leggen doordat ze niet gebonden zijn aan bureau of vaste locatie.  Zij maken een inschatting van de sociale omgeving en zetten betrokkenen in om problemen te voorkomen.

Het belang van de signalerende taak van het jongerenwerk staat buiten kijf De Winter beschreef in , IVA beleidsonderzoek en advies – Preventieve inzet van het jongerenwerk in Tilburg 6 / 13, dat het hele jeugdbeleid in het teken staat van signaleren en tegengaan van risicogedrag van individuele jongeren. In zijn optiek is dit een te eenzijdige insteek. Zijn pleidooi betreft het werken langs twee lijnen. Enerzijds gaat het dan om de individuele jongere en zijn of haar privé- of gezinssituatie. Anderzijds zou veel meer aandacht geschonken moeten worden aan het sociale kapitaal en de omgevingsfactoren in wijk of buurt waar jongeren opgroeien en zich ontwikkelen. Voor een belangrijk deel is dat sociaal kapitaal, die omgeving van invloed op het negatieve en het potentieel aan positief gedrag van jongeren. Er dient ook gewerkt te worden aan een deugdelijk collectief opvoedings- en ontwikkelingsklimaat in buurten en wijken. Gebeurt dat niet, dan kunnen wel individuele risicofactoren gedetermineerd blijven worden, maar komt een oplossing niet dichterbij. Behalve presentie en signaleren, heeft het jongerenwerk daarom ook een belangrijke taak, vooral door aanwezig en zichtbaar zijn, door constructieve correctie, in het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving van jongeren. 

Wat levert het jongerenwerk

  1. De jongerenwerkers zijn de ogen en oren in de buurt.  Delen  ontwikkelingen en signalen over de jeugd, jeugdgroepen en veiligheid/leefbaarheid van de buurt met netwerkpartners en de wijkagent. Doordat ze structureel meer in het domein van de jongeren zijn te vinden zijn ze instaat een beter beeld te vormen van de problemen die mogelijk kunnen ontstaan.
  2. De jongerenwerkers slaan bruggen tussen de opvoeding thuis, op  school en het publieke domein. Doordat de jongerenwerker werkzaam is in verschillende domeinen van de jongere en overal connecties heeft is hij in staat allianties te creëren met opvoeders en andere jeugdvoorzieningen.
  3. De jongerenwerker versterkt netwerken:  De jongerenwerker spint een web rondom de jongeren heen en versterkt dit netwerk. Zo is de jongerenwerker niet de enige met ogen en oren om de jongeren te ondersteunen en te sturen.
  4. Spreekbuis tussen de jongeren en de gemeenschap: ● maken de gemeenschap en voorzieningen toegankelijk en ontvankelijk voor de behoeften en de inbreng van jongeren   én motiveren jongeren voor en leiden ze toe naar activiteiten, school, werk en hulpverlening
  5. De jongerenwerkers werken samen in netwerken rondom de jongeren: ● werken samen met meer specialistische professionals, bijvoorbeeld van onderwijs, politie, jeugdzorg, schuldhulpverlening of maatschappelijke opvang
  6. De jongerenwerkers zijn vanuit hun presentie in staat om aansluiting te verbeteren: De jongerenwerkers zijn de ontbrekende aansluiting tussen formele en informele netwerken, ook om jongeren te bereiken die niet zo zichtbaar zijn maar wel eigen behoeften en problemen hebben

 

Back to Top